Portretten

- Publicaties
Verhalen
Fotoverhalen
Tintels

 

Het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen (IHBV) vraagt aandacht voor hoogbegaafde senioren.                  

De eerste twee portretten zijn begin 2015 geschreven.                                                                                  

Hoogbegaafde senioren herkennen – een inleiding

Met deze portretten vraagt het IHBV aandacht voor hoogbegaafdheid en ouderdom. Veel mensen worden oud. We hebben ideeën en verwachtingen van hoe mensen zijn en hoe mensen oud worden. De ervaring van het IHBV is: hoogbegaafde mensen zitten anders in elkaar, zij leven net een wat ander leven. De vraag is dan: worden zij misschien ook op een andere manier ouder? Dat weten we eigenlijk niet. We kennen deze ouderen nog niet zo goed.

In geschreven portretten van hoogbegaafde senioren komt het levensverhaal in beeld, komt een mens tot leven. Het IHBV wil op deze manier bereiken dat hoogbegaafde senioren zichzelf herkennen en door anderen worden herkend.

Onderzoeken

Als het over hoogbegaafdheid gaat, gaat het meestal over kinderen. Hoogbegaafde kinderen groeien op en van hoogbegaafde volwassenen weten we inmiddels iets meer. De portretten in het boek Ongekend hoogbegaafd – 13 portretten (2011) en de thematiek die daar naar voren kwam, vormen de achtergrond voor de vragen aan de hoogbegaafde senioren.

In de interviews kwamen al snel verschillen met hoogbegaafde volwassenen in beeld. Vermoede­lijk zijn het vooral generatieverschillen. Een essentieel verschil is dat het voor de jongere genera­tie gebruikelijker is om naar zichzelf te kijken, om de eigenheid en het eigen leven inclusief diverse gevoelens onder de loep te nemen. Voor de generatie die (in 2015) 75+ is, is dat niet gewoon. Dit werd de aanleiding om niet alleen deze mensen zelf te interviewen, maar ook twee naasten (familie en vrienden) te vragen hoe zij de persoon kennen. Zo ontstond een meer ingevuld en genuanceerd beeld.

Een ander groot verschil wordt gemaakt door de tweede wereldoorlog: die speelt onvermijdelijk een rol in de ontwikkeling van (hoogbegaafde) 75+-ers. Oorlog, armoede, gevaar, maar ook saamhorigheid hebben het leren, de ontplooiing en de levensloop beïnvloed.

Mijn vragen hadden behalve met algemene onderwerpen als gezin, school en werk, ook te maken met anders zijn, met wat er wringt, het afwijkende, (wel­licht) niet passende. En hoe daarmee om te gaan. Mijn belangstelling ging uit naar jezelf kunnen zijn en aansluiting vinden.

Een beperking bij de interviews werd gevormd door het vermogen samenhangend te vertel­len. Ouderdom kan hier een rol spelen, maar ook een (gezonde) weerstand tegen het onder­zoekende graafwerk van de interviewer, in samenhang met het minder gewend zijn naar zichzelf te kijken. De geïnterviewden gingen veel van de hak op de tak, waardoor het lastig werd de diepte te verkennen. Leemtes in de informatie konden later bij het schrijven en het bespreken van de tekst worden ingevuld.

De inhoud

Bij de beschouwing van de ervaringen in Ongekend hoogbegaafd bleek dat de wisselwerking tussen binnenwereld en buitenwereld essentieel is. Enerzijds is er de noodzaak om te zijn wie je bent, anderzijds de noodzaak om aansluiting te vinden in de buitenwereld .

Tijd en tijdgeest zijn van grote invloed op deze wisselwerking, zeker voor deze generatie die de tweede wereldoorlog heeft meegemaakt.

De (tot nu toe twee) portretten gaan over de jeugd, over het volwassen leven en het ouder worden, over leren, werken, gezinsleven, veranderingen en keuzes.

Hoe ontdekten senioren in de loop van het leven wie ze zijn - wat de mogelijkheden en talenten zijn, wat voor leven bij haar/hem past - en waar ze moesten zijn – welke omgeving passend en ondersteunend was, waar ze uit de voeten konden en een bijdrage konden leveren? Hoe zat het met begrijpen en begrepen worden? Met alleen en samen zijn? Daar heb ik naar gevraagd.

Ik wilde bovendien weten waar deze mensen zich thuis hebben gevoeld en wat ze hebben kunnen doen om zich thuis te voelen, vooruitlopend op de vraag welke zorg, waar, eventueel in de toe­komst gewenst is. Ook hier speelt de wisselwerking eigenheid – omgevingsinvloed een rol.

Is eigenheid een hedendaags begrip? Die vraag komt op bij deze portretten. In hun tijd was er weinig sprake van, lijkt het. Kinderen en hun schooltijd werden behalve door de oorlogsomstandigheden meer bepaald door hun klasse en hun sekse dan door hun eigen belangstelling en mogelijkheden.

Jeanne heeft de eigenheid duidelijk wel voor haar naaste omgeving, maar zelf lijkt ze die niet goed te zien. Of houdt ze die uit bescheidenheid voor zich zichzelf?

Jaap is in zoveel zaken geïnteresseerd dat hij alle kleuren lijkt te kunnen aannemen. Hij heeft weinig voorkeur gehad, niet echt een keuze gemaakt voor een richting om zich te verdiepen.

We zouden willen weten op welke manier deze mensen oud (willen) worden. Maar waar mensen weinig gewend zijn over zichzelf te spreken en voor zichzelf op te komen, krijgen we hierover niet snel veel informatie. Het betreft een generatie voor wie het gewoon was zich aan te passen en niet te veel te verwachten. Maar hoogbegaafden wijken wel af en daar is ruimte voor nodig. Niet alleen voor hen.

De portretten, van Jeanne en van Jaap, vormen een eerste stap in het leren (her)kennen van deze generatie hoogbe­gaafden. Volgende portretten zullen het beeld verbreden, verhelderen en nuanceren.

 

Jacqueline Lucas, De SchrijfWerkPlaats, april 2015

De eerste twee portretten lees je hier     

terug naar startpagina    

Zie Ongekend Hoogbegaafd – 13 portretten door Jacqueline Lucas, p.17.