Van Julia Franck: ‘Rug aan rug’ (2012)
vertaling door Goverdien Hauth-Grubben van ‘Rücken an Rücken’ (2011)
De schrijver kende ik nog niet; mijn belangstelling werd gewekt door een interview. De taal van de roman heeft me meteen te pakken; ik word het verhaal ingezogen en blijf daar, ondanks alles, tot het einde. Ik lees over zus en broer, Ella en Thomas, 11 en 10 jaar, die opgroeien in de DDR. Het boek vertelt óver hen, de stijl lijkt afstandelijk en toch leef ik helemaal mee. Ze trekken samen op, hebben een afwezige moeder, sloven zich - pijnlijk vergeefs - uit voor haar aandacht. De pijn van het liefde­loze in het gedrag van de moeder, Käthe, wordt verzacht door de saamhorigheid van de kinderen, hun vertrou­wen in elkaar. Maar zo blijft het niet, helaas. In dit verhaal is veel narigheid en weinig hoopge­vends te vinden.
De Duitse geschiedenis dringt zich onvermijdelijk op in ieder Duits mensenleven? De wreedheid huist dicht onder de oppervlakte van de beschaving. Ella is al jong seksueel misbruikt. Thomas is een ge­voelige jongen – hoe kan hij dit alles verwerken? Voor het verhaal is het fijn dat de stereotiepen door­broken zijn en deze jongen aardiger en gevoeliger is dan dit meisje. Thomas kan Ella weliswaar niet beschermen tegen misbruik (eerst de stiefvader, later de onderhuurder), maar meeleven kan hij als de beste. Ella’s vertrouwen wordt door hem nooit geschaad. Als lezer had ik graag gezien dat hij ook eens voor zichzelf op­kwam.
De geloofwaardigheid in deze roman is (blijkbaar) zo sterk, dat ik me allerlei vragen stel bij wat ik te zien krijg. Ik neem alles als gegeven en vind het verschrikkelijk.
Thomas weet een en ander van de achtergrond van Käthe. Oorlogsverhalen. Weten dat je moeder het zwaar te verduren heeft gehad, maakt haar brute gedrag acceptabel? Thomas beschikt over een ruim waarnemingsvermogen. Daarbinnen vindt hij zichzelf dan ook niet zo belangrijk? Zomaar zich aan­passen doet hij ook niet. Het is net alsof hij veel meer is dan (alleen) zichzelf.
Maar voor Käthe - ‘er vast van overtuigd dat ze zich van alle gebeurtenissen onder het nationaalsocia­lisme kon afkeren’ - is hij alleen materiaal, waarmee ze kan werken. Ze ziet hem niet. Zorgt niet voor hem, gebruikt hem alleen. Ze maakt van hem een beeld van ‘Een man die zich opricht, die strijdt.’ Thomas weet dat hij niet zo is.
Wil je het boek gaan lezen en nog niet te veel weten hoe het verder gaat, stop dan hier.
Julia Franck maakt akelig duidelijk wat een combinatie van ideologie (‘socialisme’ in dit geval) en het ontbreken van moeder(m/v)liefde kan doen. Ook Thomas en Ella kunnen er op iets latere leeftijd niet meer voor elkaar zijn. Als Thomas zwaar ziek uit zijn dienst thuis komt, is Ella daar alleen. Ze weet zich geen raad met Thomas’ toestand; in plaats van voor hem te zorgen, bij hem te zijn, zegt ze hem dat hij niet mag schreeuwen. Het lichaam geeft noodsignalen, maar niemand is van plan om te luiste­ren. Niemand is vertrouwd met het luisteren naar de noden.
Over de helft wil ik het boek nog steeds verder lezen omdat het zo goed geschreven is, maar eigenlijk wil ik er liever vanaf vanwege alle narigheid waar ik niet aan ontkom. Ik weet al dat het boek naar de dood van Thomas en zijn vriendin toewerkt. Er gloort geen licht aan de horizon.
Het einde blijft vreemd open. De persoon met wie ik het meeste kon meeleven leeft niet meer. Hoe hij de laatste weken heeft beleefd is niet verteld. Ella werd steeds vreemder. De houding van hun moeder blijft onbegrijpelijk afstandelijk. Ik blijf met treurigheid en lege handen achter.
Bij nader inzien is dit boek een eerbetoon aan ‘Thomas’ of de jongen die model stond voor Thomas. We krijgen begrip en sympathie voor hem door hoe zijn leven was en hoe hij ermee omging. Maar hoe zijn laatste maanden waren wist de schrijver zelf niet, dus dat kan ze ons niet vertellen. Ze heeft ons zo dichtbij laten komen als ze zelf kon. Waarmee ze een indringend – want betrokken – boek schreef, maar ook een boek met een manco. Ik heb de jongen maar tot op zekere hoogte leren kennen, want ik (ook ik) raakte hem kwijt. Julia Franck laat zo meteen de beperking zien van de mens in het alge­meen de ‘ander’ te begrijpen. Een aangrijpend boek. Krachtig geschreven.
Terug naar Korte versies
            naar Startpagina