Van Elif Shafak: ‘Het huis van de vier winden’ (2013)                                                      
Vertaling door Frouke Arns en Manon Smits van ‘Honour’ (2012)
Ze wordt een Turkse schrijver genoemd, maar ze schreef dit in het Engels. Wat blijkt: Elif ?afak (zo is haar naam) werd geboren in Frankrijk en bracht haar tienerjaren door in Madrid (Spanje) en Amman (Jordanië), voordat ze naar Turkije verhuisde.
Het verhaal begint in Londen, 1992, vervolgt bij de Eufraat, 1945, en springt heen en weer in plaats en tijd. Het begint bij Esma, dochter van Pembe, zus van Iskender, moordenaar. Maar zo direct is het niet opgeschreven. De taal is prachtig en indringend, de sfeer is triest, vol melancholie en een krachtige levenslust. De schrijver heeft mij onmiddellijk gewonnen. Tragisch is het leven en ik ga mee, wil dit meemaken en alle overwegingen volgen.
De geboorte (1945) van Pembe, helft van een tweeling, is in een Koerdisch dorp bij de Eufraat: ‘Huis van de vier winden’. De beschrijving zet de toon: ‘De wereld was nu eenmaal zoals hij was, dus waarom zou je hem willen ontdek­ken? (   ) Mensen waren voorbestemd om op een plek te blijven, net als bomen en keien.’
De vertelling heeft iets sprookjesachtigs. Pembe krijgt een zoon als ze 17 is, terwijl haar moeder ‘al­leen maar’ meisjes had gekregen. Ze vreest het boze oog en nog veel meer; vijf jaar lang geeft ze haar zoon geen naam opdat de engel des doods, Azraël, hem niet kan halen. Na vijf jaar grijpt de vader in en wordt er raad gevraagd bij de drie wijze mannen uit Pembes dorp. Het advies is om de eerste man die verderop de rivier oversteekt om de naam van de jongen te vragen. Maar het is een oude vrouw; als een heks uit een sprookje. Zij ‘ziet’ de jongen en vernoemt hem naar Alexander de Grote: Askander in het Koerdisch, Iskender in het Turks. Ze zegt: ‘Sommige kinderen zijn als de Eufraat, zo snel en wild. Hun ouders kunnen hen niet bijhou­den. Ik vrees dat jouw zoon je hart in dui­zend stukken zal breken.’ De lezer weet al dat er een drama gaat plaatsvinden. De schrijver weet het fraai te brengen.
Wil je het boek gaan lezen en nog niet te veel weten hoe het verder gaat, stop dan hier.
Het perspectief springt bij ieder hoofdstuk naar een ander.
We zien Iskender op de dag (1969) dat hij wordt besneden. ‘Iskender kon absoluut niet begrijpen hoe hij een man zou moeten worden doordat er een stukje van hem af werd gesneden.’
In het volgende hoofdstuk zien we Jamila, tweelingzus van Pembe. Ze is in Turkije gebleven, vroed­vrouw, ongetrouwd. Indringend verteld. ‘Jamila was getrouwd met haar lot.’
Vervolgens is het perspectief van Adem, man van Pembe, in Londen. Hij gokt. Wint veel geld en ver­liest alles. Treurigheid en eenzaamheid ten top.
Dit wordt gevolgd door wat Iskender schrijft in de gevangens, 1990, over zijn herinnering aan ‘die ene dinsdag’, 14 november ’78. De dag waarop hij besloot een mes aan te schaffen. ‘Ik was het hoofd van het gezin sinds pa was vertrokken.’ Dan weet je genoeg? Hij wil niet dat zijn moeder werkt. En er zijn geruchten: zijn moeder heeft een ander.
Hierna kijken we weer mee met Adem. Zijn vader was alcoholist. ‘De drank die zijn vader achterover sloeg (…) veranderde de man van wie hij hield in een vreemde.’ Hij moet in zijn hoofd twee mannen maken van zijn vader.
We zien Roxana, die werkt in de club waar Adem gokt. ‘Haar waarheid werd gevormd door het totaal aan verzinsels die haar gemaakt hadden tot wat ze was.’ Adem is haar gevolgd naar de stripteasetent.
Dit boek sleept mij mee doordat vooral de ervaring van vrouwen aan bod komt. Ook al leven de vrou­wen onderling verschillend en anders dan ik, dit geloof ik allemaal.
Yunus, jongste kind van Pembe en Adem, is geboren in Engeland. Vernoemd naar de profeet Jonas: ‘de man die was voorbestemd om de mensen waarheden te verkondingen waar ze nog niet aan toe waren’. Dit boek is vol lading. Er is veel te zien, veel te beleven, en de schrijver weet er alles van. Mijn vertrouwen heeft ze.
In het volgende deel van Iskender, in de gevangenis, 1990, staat het krantenbericht van 2 dec 1978: ‘Jongen doodt moeder uit “eerwraak”.’ Hij was toen pas 16. Esma vertelt haar herinneringen aan hun wijk in Londen, aan haar vroegste jeugd in Istanbul, aan de tijd dat haar moeder voor het eerst bui­tenshuis ging werken: ‘kort nadat mijn vader een bedrag ter grootte van twee maandsalarissen had vergokt.’ Misbruik is overal. We zien Adem, 18 jaar, die in 1961 naar het zuidwesten van Turkije reist om zijn broer te be­zoeken, die daar zijn dienstplicht vervult. Hij verblijft in een dorp dichtbij, ontmoet Jamila en wordt verliefd. De beschrijving is sfeervol en intrigerend. De lezer weet al dat hij met Pembe zal trouwen – dus hoe gaat dit verder?!
In het volgende hoofdstuk maken we de zussen mee. Ze zijn een tweeling, maar zeer verschillend. Jamila is een wijs en gelovig mens, vol acceptatie. Ik geloof haar zo. Dat Adem met Pembe trouwt en niet met Jamila op wie hij verliefd was, hangt samen met zaken als eer en maagdelijkheid. Zo ver­schrikkelijk; zo’n jongen (18) kan bijna niet anders dan raar doen?!
In het volgende hoofdstuk, Londen dec.’77, lezen we over Pembes kennismaking met Elias. Hartvero­verend. Ineens snap ik wat dit boek heeft en waarom het zo fijn leest: liefde voor de mensen. Voor alle mensen. Elif Shafak laat liefde en onvermogen zien. En voelen.
Op kerstavond zoekt Pembe Elias op. Iskender vertelt in de gevangens over het harde leven. Een achtergrond van machtsmisbruik in het gezin – heel gewoon eigenlijk. Treurig te zien dat Adem zijn ge­zin in de steek heeft gelaten omdat hij verliefd is op een bitter mens dat niets om hem geeft.
Elias zoekt Pembe op in de kapsalon waar ze werkt. We zien Tariq, oudste broer van Adem, die de traditionele visie vertegenwoordigt: ‘Voor sommige mensen was hun eer het enige in deze wereld wat ze nog hadden.’ Het gekke (onlogische) is dat zijn broer Adem zelf schandalig gedrag vertoont. Maar zo’n traditionele visie is hoe dan ook beperkt. En star.
Indrukwekkend vind ik de liefde van Elias voor Pembe. Pijnlijk dat die verborgen moet blijven, terwijl Pembe notabene wreed door haar man is verlaten. Over Elias: ‘Langzaamaan begon hij de situatie te begrijpen. Deze onpeilbare, bijna mysterieuze be­koring die hij voelde voor haar, een vrouw die zo ver afstond van het leven dat hij had geleid, was als een herinnering uit zijn kindertijd die weer boven­kwam. Om een reden die zijn verstand niet begreep maar zijn hart wel, voelde hij de noodzaak om van haar te houden en haar tegen de hele wereld in bescherming te nemen.’ Een pagina eerder: ‘Elias huiverde, en hij vroeg zich af wat ze werkelijk zag en of ze het de moeite waard vond om van hem te houden.’ Zo losgehaald misschien toch wat drakerige taal, maar in de context ben ik gegrepen door wat hier wordt getoond. Het drama is enorm door de wetenschap dat Pembe binnenkort wordt ver­moord – door haar zoon. Toch is het deel over Jamila de genezer, nog indrukwekkender. De enorme wijsheid en de eenzaam­heid die ermee samen gaat zijn hartverscheurend.
Van Esma lees ik ook graag. Zij is de verteller, ze praat in ‘ik’, maar haar verhaal kwam nog niet veel aan bod. Halverwege het boek vertelt ze hoe het is om 15 te zijn. Klem tussen alle onmogelijkheden die ‘horen’ bij een meisje in haar cultuur. Pembe lijkt een sympathieke vrouw, maar als moeder van Esma is ze verschrikkelijk. ‘Mijn moeder en ik waren vroeger heel hecht, maar dat veranderde (…). Het enige wat haar nu nog boeide was mijn maagdelijkheid.’
De geschiedenis van Jamila, vroedvrouw en genezer, is tragisch en door al het meeleven kan ik bijna meegaan in hoe dit gaat. Maar het is toch vooral absurd dat wanneer Pembe eindelijk de liefde ont­dekt en toelaat, ze een probleem heeft. Zelfs Jamila ziet dat zo. Iedereen zou blij moeten zijn!
De schrijver haalt grapjes uit: na de dood van zijn celmaatje krijgt Iskender een soort heilige in zijn cel: Zeeshan. Zijn religie is liefde. Hij is geen misdadiger, maar wel beschuldigd. God heeft hem naar Is­kender gestuurd. Naast liefde is er ook pure wreedheid in dit verhaal. Pembe herinnert zich de dood van Hediye, de oudste van acht zussen die als een moeder voor de anderen was. Totdat ze verliefd werd op een ‘vaccineerder’ en met hem vertrok. Schande voor de familie. Na vier maanden kwam ze terug. Om te worden afgewezen, verstoten, de dood ingedreven. Het is moeilijk voor te stellen. Wat doet dit met mensen…
Na de moord op Pembe is er van het leven van Elias niets meer over. Zelfs het restaurant, waarvan hij nooit een dag kon wegblijven, interesseert hem niet meer. Op een dag vertrekt hij: enkele reis terug naar Montreal. Adem is in Abu Dhabi, voor werk, en weet wat er is gebeurd. Hem kan het niet meer raken. ‘Hij was een schim van de man die hij ooit was geweest, en niemand kon een schim kwaad berokkenen.’ Ook Adems achtergrond is een groot diep drama. Zijn moeder had het gezin verlaten, maar twee jaar voordat ze dat deed had ze zichzelf, met Adem, haar jongste, in de diepte willen stor­ten. Door een reactie van Adem was het niet gelukt. Nu, in het uitzichtloze dieptepunt van zijn eigen volwassen le­ven, laat Adem zich alsnog vallen.
De schrijver heeft nog een verrassing in petto: als Iskender niet lang meer hoeft te zitten en hij zich tot rust en inkeer laat brengen door Zeeshan, komt zijn broer Yunus met de mededeling ‘Mama leeft’.
Iskender had zijn tante vermoord. Zijn moeder was getuige en is gevlucht. Eerst in een kraakpand en daarna terug naar Turkije. Esma en Yunus hebben elkaar beloofd niemand te laten weten dat hun moeder nog leefde. Alleen Iskender kreeg het later te horen. Maar toen hij vrij kwam was zijn moeder alsnog overleden, aan een virus. Esma, die als tiener de ambitie had schrijver te worden, en beroemd, leidde een rustig leven met een liefhebbende echtgenoot uit Palestina en twee dochters, een tweeling. Yunus maakte deel uit van een band die naam maakte.
Voor mij is het meest schrijnende dat Elias nooit heeft gehoord dat Pembe nog leefde. Pembe heeft Esma zelf gevraagd hem te vertellen dat ze dood was. Ik kan er niet bij dat ze het daarbij heeft willen laten. Het einde is wat kort en vluchtig bij de rijkdom van het geheel. Maar misschien kan dat niet an­ders in een boek waarin zoveel is gezegd en verteld.
Bijzonder mooi. Een aangename verrassing.
Terug naar Uitsnedes
           naar Startpagina