Portretten
Verhalen
Fotoverhalen
Tintels
 
 

Fotoverhaal 3

Onthullend

Ernstig kijkt ze me aan.
Iemand moet ze het vertellen,
maar of ze mij in vertrouwen nemen kan?
‘Ik heb Faru zelf gezien.’ Ze huivert.
‘Voor ik moet gaan,’ fluistert ze, ‘beloof ik dat ik alleen de waarheid
vertel en niets anders dan ik heb gezien.’

Ik kijk in haar open gezicht,
de heldere ogen, maar voorbij
haar gave huid en dienstige handen
zoek ik, ze is onweerstaanbaar;
zoek ik vooral naar wat ik niet mag zien.

‘Iedereen wil kennis delen’, zeg ik.
Faru is een voorbeeld voor ons allemaal.
Hoe zou ze me nog langer
in het ongewisse kunnen laten?
Ze hoeft niet bang te zijn:
een verstandig meisje doet er goed
aan haar leraar raad te vragen.

‘Ik zat onder de trap verborgen,’ zegt ze,
‘toen het gebeurde.’ Ik vergeet te vragen
waarvoor een kind als zij zich verbergen
moet. Ze heeft gezien hoe Faru de voordeur
achter zich dicht deed. Het meisje
in haar zwarte kleed, stil in het donker,
zag hij zeker over het hoofd.
Waande hij zich alleen en vrij?
In de gang scheurde hij zijn broek aan flarden,
smeet de stukken op de grond.
‘Hij huilde, snikkend wanhopig’ - beweert ze.
Verder laat ik haar niet gaan.

Ik sla met mijn hand op tafel,
wil dat ze onmiddellijk verdwijnt.
Dit kind heeft een te grote mond, haar
verwrongen fantasie stelt mij teleur.
‘Ga!’ wijs ik. Zij is voorbereid
en draait zich al naar de deur.
Haar zwarte kleed valt op de grond.

Foto: Steve McCurry, Herat, Afghanistan - Tekst: Jacqueline Lucas

Terug naar fotoverhalen