Portretten
Verhalen
Fotoverhalen
Tintels
 
 

Fotoverhaal 1

Wie niet waagt

Ze kon niet langer wachten. Het juiste moment bestond niet. Ze moest het hem gewoon vragen. Door langzaam achteruit te schuiven maakte Mary zich los uit het publiek. Toen ze zich omdraaide zochten haar ogen de loketten waar hij meestal in de buurt was, en zag ze dat haar vader alweer stond te bellen. In een boog liep ze dichter naar hem toe, bleef zo staan dat ze hem niet meteen opviel. Zo gauw het telefoongesprek achter de rug was, wilde ze hem aanschieten. Haar hart bonkte in haar keel. Rustig, rustig maar, fluisterde ze zichzelf toe, en probeerde haar handen losjes te laten hangen. Ze waren klam van het zweet.

Wat had haar toch bezield vandaag? Ze schudde haar hoofd. Wat had het nog voor zin erover na te denken. Ze was stom geweest. Zo stom dat John, haar man, het niet eens zou geloven. Als ze het al vertelde.

Maar haar vader moest toch begrijpen dat ze het voor Marilyn had willen doen. Hun oudste dochter deed het zo goed op school, ze zou het haar ouders nooit vergeven als er geen geld was om haar naar College te laten gaan. De kinderen hoefden niets te weten van de geldzorgen die zij en John hadden, nu al meer dan een jaar. Iedereen in de buurt ging er trouwens vanuit dat John nog steeds goed verdiende en dat zij, Mary, alleen een beetje erbij werkte om, nu de kinderen opgroeiden, ook iets voor zichzelf te doen te hebben. Mary lachte bitter.

Toen had ze die envelop in Johns jaszak gevonden. Vanochtend. Ze wilde alleen zijn sleutelbos even gebruiken. Zijn naam stond in kleine letters op de envelop geschreven en in de linkerbovenhoek stond, ook klein: £ 1200. Het bedrag dat John nog tegoed had van het afgelopen half jaar. Waarom werd dat niet op hun rekening gestort? Betaalde zijn baas soms met zwart geld? Mary had zich het dunne stapeltje papier in de envelop voorgesteld en gezien hoe snel het straks, als door een zuchtje wind, alweer verdwenen was. Op. Het leven was duur met vier opgroeiende kinderen.

De telefoon was gegaan. Snel had ze de envelop terug gestopt in de jaszak en vergeten waar ze zijn sleutels voor wilde gebruiken. Het was haar moeder. Die belde altijd wanneer ze alleen thuis was en om een praatje verlegen zat.

‘Waar is papa heen?’ Mary vroeg het uit een soort gewoonte. Ze was met haar gedachten bij Marilyn; probeerde zich het gezicht van het meisje voor te stellen als ze haar vertelde dat ze beter direct een beroepsopleiding kon kiezen. De teleurstelling was niet te verdragen. Het ergste zou zijn dat haar beste vriendin wel naar College ging.

‘De paardenraces. Hij beproeft zijn geluk.’ Het bittere in de stem van haar moeder ontging Mary niet. Maar ze zei kalm dat er iemand voor de deur stond en ze op ging hangen. Ze wist plotseling wat haar te doen stond. 1200 pond was een mooi bedrag om mee te beginnen. Ze hoefde het alleen te vermeerderen en Marilyn kon worden wat ze wilde. Mary wist van haar vader, die nooit veel geld inzette, dat hij altijd goed gokte met paarden. Ze wist zeker dat ze dat van hem had geërfd. Ze nam de envelop en de sleutels uit Johns zak en besloot met zijn auto te gaan. Hij zou de eerste uren zijn bed toch niet uitkomen.

Daarna was het snel gegaan. Ze had er nog net op tijd aan gedacht een jurk aan te trekken en haar hoed mee te nemen. Zo zou ze niet opvallen tussen de dames.

Mary gluurde onder de rand van haar zomerse hoed naar haar vader. Met zijn nette zwarte pak en stijve grijze hoed vond ze hem net een chauffeur. Precies als vroeger. Dan was het haar vader niet. Maar ze moest hem nu toch vertellen wat er was gebeurd. Voordat John zijn jas nodig had moest ze weer thuis zijn. De lege envelop zat nog in haar handtas. Die kon onmogelijk leeg terug naar huis. Als het nog lang duurde, durfde ze zo helemaal niets meer te vertellen. Maar ze moest. De enige manier die ze wist om John, en de kinderen, nog onder ogen te komen was dat haar vader haar 1200 pond leende. Hij moest haar beloven er met niemand over te praten. Hoe ze het bedrag terug wilde betalen? Daar zou ze later haar hoofd over breken.

Mary deed een stap naar voren en een stap opzij in de richting van haar vader. Ze voelde haar handen trillen. Als hij haar zag, zou hij zijn gesprek sneller afronden. Maar hij leek niets te zien. Op zijn voorhoofd stond zijn vervaarlijke frons, zijn linkerhand friemelde aan de onderkant van zijn jasje. Als hij vroeger zo keek ging ze met haar vraag liever naar haar moeder. Maar ze was geen klein meisje meer. Ze had bovendien gaan keus. Nu niet meer. Ze wilde snel zijn en had gedacht dat ze het beste het hele bedrag in één keer kon vermeerderen. Het paard waar ze op had ingezet - het snelste, dat geloofde ze nog steeds - was gestruikeld.

Ze deed nog een stap in de richting van haar vader en nam haar hoed in een hand, om haar bezwete hoofd wat lucht te geven.

‘Nee, houd haar erbuiten’, hoorde ze. Zijn hand gaf ritmische rukjes aan zijn jasje. Hij was nog zenuwachtiger dan zij zelf. ‘Nee! Dat doe je niet!’ riep hij. ‘Ik kom het zelf wel brengen.’ Bij ‘zelf’ sloeg zijn stem bijna over. Mary schrok ervan. Snel deed ze haar hoed weer op om haar gezicht te verbergen en stapte achteruit. Wat voerde haar vader in zijn schild? Haar moeder wist hier niets van, dat begreep ze wel. Hij kon maar beter niet weten dat zij hem had gezien.

Foto: Martin Parr. Tekst: Jacqueline Lucas

Terug naar fotoverhalen