Portretten
Verhalen
Fotoverhalen
Tintels 
 

Niemand zegt ooit tegen ons dat we moeten ophouden met weglopen voor onze angst. We krijgen bijna nooit te horen dat we er juist op af moeten gaan, erbij moeten blijven, er vertrouwd mee moeten raken. Van nature distantiëren we ons van angst. Maar soms worden we voor het blok gezet. We kunnen ons nergens verstoppen.’                          Pema Chödrön - ‘Als je wereld instort’

 

 

Inleiding 'Op klaarlichte dag'

 

Als kleuter had ik een klasgenoot die zonder beugels en krukken niet kon lopen. Ze speelde niet met ons op de speelplaats. Maar als ze jarig was, op dezelfde dag als ik, kreeg zij de grote trom, speciaal voor jarigen, voor haar buik gehangen en mocht ze trommelen. Ik nooit. Zij had een ziekte, en ze zou niet oud worden, dus moest ik begrijpen dat de trommel voor haar was. Ik kan me niet herinneren dat ik in de klas ooit met haar heb gespeeld. Zij was anders, en ik wist niet hoe.

Ziek wordt iedereen wel eens, begreep ik als ik met koorts in bed moest blijven. Het was meestal vervelend, soms ook aangenaam als het behaaglijk werd in bed, maar het duurde nooit lang. Een ernstige, levensbedreigende ziekte daarentegen, was iets van anderen, ver weg. Dat was een veilig idee. Ik waande me graag zo veilig, en wist niet dat ik dat deed. Ergens, in de loop van de jaren, is dit gevoel van veiligheid lek geraakt. Ook al kwamen er in mijn directe omgeving weinig sterfgevallen en weinig ernstige ziektes voor, ik sloot ook vriendschap met mensen die niet zo gezond waren als ik mijn vrienden toewens. Ze bleken niet vreemder dan andere mensen, maar in hun leven kreeg ziekte noodgedwongen een plek. Ze konden niet net doen of het leven van een leien dakje gaat. 

Nog niet zo lang geleden werd er over kanker nauwelijks gesproken. Borstkanker is een ziekte waar, volgens statistieken, een op de tien vrouwen in Nederland mee te maken krijgt. Wie het niet zelf heeft gekregen maakt grote kans iemand in de directe omgeving te weten die het heeft.

Op klaarlichte dag overvalt het je. Voor een op de tien vrouwen, en voor hun omgeving, is er geen ontkomen aan. Een schokkend gegeven. En dan? De ziekte verandert je leven, en je kijk erop, de beleving van het moment, en kan je dichter bij jezelf brengen. In dit boek komen mensen aan het woord die hun eigen weg moesten vinden in een leven met borstkanker. Wat zij te vertellen hebben is voor anderen, ziek of niet ziek, een bron van moed, wijsheid, begrip.

Vrouwen maken zich over hun borsten op een andere manier zorgen dan over de rest van hun lichaam. Borsten zijn het uiterlijke kenmerk van vrouw-zijn, met bewuste en onbewuste normen en betekenissen. Tegelijkertijd is borstkanker onder vrouwen de meest voorkomende vorm van kanker.

Kanker is een eigenaardige ziekte. Wie heet nu nog gezond te zijn? Wanneer de diagnose ‘kanker’ wordt gesteld zijn de cellen vaak al jaren aanwezig. Een enkele kankercel is onschadelijk. Om ontdekt te kunnen worden moet een tumor al uit ongeveer een miljard cellen bestaan.

Achter de verzamelnaam kanker gaan veel oorzaken en verschillende verschijningsvormen schuil. Darmkanker bijvoorbeeld, bestaat uit andere cellen dan borstkanker. De diagnose borstkanker heeft, mede door verschillen in de grootte, de soort en de lokatie van de tumor, bij de een andere gevolgen dan bij de ander. Over kanker is veel bekend en waarschijnlijk nog veel meer onbekend. Er bestaat geen middel dat de ziekte definitief geneest. Wel zijn er verschillende behandelingen mogelijk. Er is veel geld beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek en ook in de alternatieve hoek wordt, met minder geld, veel onderzocht en in de praktijk gebracht. Vele mensen houden zich bezig met onderzoek, behandeling en begeleiding.

In de tijd dat ik besloot een aantal mensen naar hun verhaal met borstkanker te vragen, ben ik gaan lezen. Medische boeken, psychologische boeken, boeken met ervaringen uit de eerste hand. Zoveel boeken, zoveel visies en meningen. Stellige en voorzichtige, algemeen gangbare en uitzonderlijke meningen. Een ongrijpbare ziekte als kanker wekt blijkbaar de behoefte om te begrijpen. Kankerpatiënten krijgen vaak vele ongevraagde adviezen en meningen te horen. Ik vond de verschillende interpretaties en benaderingen interessant, maar steigerde inwendig als ik las wat de kenmerken van mensen met kanker zouden zijn. De vrouwen die ik voor dit boek heb gesproken passen niet in een categorie, en ik dacht: dat zou je wel willen, dat je wist welk ‘soort’ mens het kan krijgen.

Over kanker is veel beweerd. Maar hoe is het als je het zelf blijkt te hebben? Hoe begrijp je dan wat er met je aan de hand is?

‘Niemand die het niet heeft meegemaakt kan het begrijpen’, las ik van een vrouw die over haar borstkanker schreef. Zij zag vooral angst bij anderen. Wat bedreigend is roept angst op. Wat vreemd is ook.

Ik zag haar opmerking als een uitnodiging en wilde proberen iets te begrijpen van wat ik zelf niet meemaak. Inclusief de angst en andere reacties die het oproept, wilde ik dat hiervan meer bekend werd. Kanker vond ik vooral eng zolang het op afstand bleef en ik vaag besefte dat ik ermee te maken kan krijgen. Als abstract gegeven was het huiveringwekkend. Angst hoeft niet onoverkomelijk te zijn. Door contact met vrouwen met borstkanker werd kanker nog steeds niet iets aardigs, het werd ook niet normaal, maar ik moest het bestaan erkennen. Een van de vrouwen die ik sprak wilde voor ze me haar verhaal vertelde eerst iets over mij weten. Toen ik zei dat ik kanker ook eng vind, wilde ze wel met me praten. Voor haar was het belangrijk dat ik mijn angst herkende. Dan had zij er geen last van.

Misschien kan ik het niet begrijpen, maar meevoelen doe ik wel. Ik hoorde het verhaal van een vrouw die zich liet bestralen. Ik kon me nauwelijks voorstellen wat er met haar gebeurde, maar mijn hart ging ervan bonken. 

Mijn eerste gesprek over borstkanker, en het uitwerken diezelfde avond, voelde ik nog in de nacht die volgde. Ik droomde dat ik borstkanker had. Ik was bovenin een gebouw, mijn ouders en mijn vriend waren erbij, zij hielpen me om via een soort brandtrap van de bovenste verdieping naar een verdieping lager te komen. Zo ging ik steeds een etage lager, buitenom. Het was niet onaangenaam, wel hoogst ongebruikelijk. Mensen die het zagen wisten dat ik kanker had en keken er niet van op dat ik daar ging. Bij een afwijking vonden ze afwijkend gedrag niet vreemd. Moest ik daarom aan de buitenkant van het gebouw afdalen?

Na een ander gesprek met een van de vrouwen, op een moment dat ze ernstig ziek was, ervoer ik een gevoel van kracht. Zo’n kracht die niet afhankelijk is van zaken die meezitten en of de zon schijnt. Ik fietste met wind tegen door de stromende regen, en toch, ik zag overal vrolijke mensen, die lachten, naar mij en naar elkaar. De kracht kwam uit een gesprek over het leven. En wat leven dan is? Dat wat er is als alles goed is. Omdat er niets is wat fout zou kunnen zijn. Niet omdat alles dan fantastisch is, maar omdat alles is. Dat is niet uit te leggen, maar blijkbaar is het wel waar het in een gesprek op uit kan draaien.

Mensen maken keuzes. Altijd en overal. Onvermijdelijk. De vrouwen die aan het woord komen hebben met elkaar gemeen dat ze borstkanker hebben, maar afgezien daarvan zijn ze zo verschillend als mensen onderling verschillen.

Het is bemoedigend dat je herkenning bij anderen kunt vinden wanneer je ziek bent, of op wat voor manier dan ook te maken hebt met een ziekte. Via het verhaal van de ander kun je over mogelijkheden en beslissingen en emoties nadenken. Voor mij is het inspirerend mensen mee te maken voor wie de schijn van vei­ligheid is weggevallen. Mensen die via hun lichaam voor het blok worden gezet. Aanleiding voor de gesprekken was ziekte. Dus spraken we over het leven.

Jacqueline Lucas

Terug naar boven     

Flaptekst 'Op klaarlichte dag'

Portret 'Op klaarlichte dag'

Terug naar publicaties