Portretten
Verhalen
Fotoverhalen
Tintels
 
 
Tintel

Mond dicht

In de bus trof ze mij. Ik was bij het station ingestapt. Bij de halte voor het winkelend publiek kwam de vrouw tegenover me zitten. Ik had mijn voeten voor me op de grond, en in de tussenruimte tussen haar stoel en de mijne konden haar benen er niet meer bij. Van niemand konden de benen daarbij zonder intiem te worden, maar die van haar zeker niet. Zo fors als haar benen was ook de rest van haar lichaam. Toen ze kwam zitten was het helemaal duidelijk dat daar iemand was. Ik keek naar haar en knikte met een kleine lach als groet. Ze keek opzij en liet niet weten of zij ook wist dat er tegenover haar iemand was. Ze diepte een zakje uit haar boodschappentas en nam daar een kauwgompje uit.
Ik keek rechts naar het water dat we passeerden, ik keek links naar het tegemoetkomend verkeer dat over de brug kwam, en ik keek vooral tegen de vrouw aan. Het kauwgompje was al kneedbaar geworden in haar mond, en de bewegingen die haar kaken maakten verhinderden mijn aandacht elders te rusten. Haar mond ging steeds weer open en ik zag achter haar lippen het vlees van de tong, en rond de mond de forse wangen en een hangende kin.
Ik begreep niet waarom het allemaal zo veel moest zijn. Mijn blik gleed naar de vrouw aan de andere kant van het gangpad. Ik had haar al eerder gezien, ze leek me een aardig en fijngevoelig mens. Ze had een wollen band in zachtgrijze haren, en haar mond was gesloten. Zij nam niet zoveel ruimte in, en was zich bovendien bewust van haar eigen aanwezigheid, herkende ik. Ik keerde terug naar het forse hoofd tegenover me. Dat was het dus: de grote vrouw wist van zichzelf niet dat ze er was. Ze zat daar maar, als toevallig neergezet. Ze liet alles openhangen en had geen idee waar ze inzage in gaf.

Ik kan niet zeggen dat ik altijd weet dat ik er ben en hoe dan. Maar ik moet toch tenminste alles wat onbekend is binnen houden. Want stel je voor dat er zomaar iets wat aan mijn aandacht ontsnapt uit mijn mond zou rollen. Iets waar ik de waarde en de herkomst niet van ken. Anderen zouden het vinden, en dan? Ik zou me moeten schamen. En dan? Ik kijk achter de lippen tegenover me en ik wil het niet zien.
Ik zou willen zeggen, als ik niet de norm van verdraagzaamheid had en mijn mond niet veilig op slot en mijn gedachten voor mezelf hield: ‘Doe je mond dicht, mens!’

 

Terug naar Tintels